Een ander geluid

In verhouding tot het aantal islamitische medeburgers regelen wij weinig islamitische uitvaarten. Geen eigenlijk.

Op Eerste Kerstdag kreeg ik de vraag of ik een Afghaanse familie wilde bijstaan bij het regelen van de begrafenis van hun moeder. Nieuwsgierig naar wat deze melding me zou brengen, ging ik op pad. Mijn aandeel hierin zou zeker anders zijn dan ik gewend ben.

In goed Nederlands werd uitgelegd hoe volgens hun traditie de begrafenis moest verlopen. De dochters en schoondochters verzorgen de bewassing; waarbij zij hun moeder wassen en in witte doeken wikkelen. Dan leggen zij haar in de kist en zou zij volgens hun traditie dezelfde dag begraven moeten worden. Dat mag niet in Nederland, op zijn vroegst 36 uur na het overlijden. Nu was het Kerst en aansluitend weekend. Pas op de vierde dag konden wij haar begraven. Het kon niet anders en ik heb ze er ook niet over horen klagen, maar hun teleurstelling was voelbaar. Toen ik er naar vroeg vertelde een dochter dat zij geloven dat het beter is voor de ziel om dezelfde dag te begraven. Het speet mij dat ik hen daar niet in tegemoet kon komen.
De dag van de uitvaart begon met de bewassing en het gezamenlijk sluiten van de kist. Familie had zich verzameld bij het uitvaartcentrum waarna de stoet zich naar de moskee begaf. Daar volgde een gebedsdienst in aanwezigheid van een groot deel van de Afghaanse gemeenschap. Waarna we onze weg vervolgden naar de Islamitische begraafplaats. Op de begraafplaats werd de kist door de mannen naar het graf gedragen. Dat ziet er ongeveer zo uit als de televisiebeelden van een Palestijnse begrafenis. Alle mannen dragen een tijdje mee en zo wordt de overledene door haar gemeenschap naar het graf gedragen. De vrouwen volgen, ook naar het graf.
Aan het graf werd er gebeden en gesproken door de echtgenoot. Daarna met vereende krachten het graf dicht geschept. Ze deden het helemaal zelf. Mijn rol werd mij daarentegen ook gegund. Ik moest alert blijven, want hier en daar was ik nodig in de functie van uitvaartleider. Ik stond als enige vrouw tussen alle mannen aan het graf, enigszins bescheiden opgesteld. Dat voelde niet vervelend. Er werd een praatje met me gemaakt en vriendelijk geknikt. Na afloop werd ik hartelijk bedankt voor de goede samenwerking.
Narda Delhaas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *