mh17

Eerst is het alleen maar slecht nieuws: weer een vliegtuig verongelukt.
Dan wordt duidelijk dat er Nederlanders aan boord zijn. Ik hoor een van de eerste berichten dat een reisorganisatie meldt dat er 10 passagiers van hen aan boord zijn. Daarna wordt het alleen maar erger en erger. 15 bemanningsleden en 283 passagiers, waarvan 193 met de Nederlandse nationaliteit. Er zijn geen overlevenden.
Het is een vreselijk bericht. Het zijn schokkende aantallen, waar je je geen voorstelling van kunt maken. Dan komen de verhalen in de media van familieleden en vrienden van de slachtoffers en krijgen die getallen een gezicht. En opeens komt al dat leed heel dichtbij, want het zijn levensverhalen van mensen zoals u en ik. Ik voel paniek als ik mij probeer voor te stellen dat een heel gezin, of een deel van een gezin verongelukt is.
Als ik opvang dat er mensen uit de buurt in het vliegtuig zaten schiet de gedachte door mijn hoofd: “wat als wij gebeld worden?”
Als ik daar antwoord op probeer te geven voor mezelf, ben ik niet bang voor het geregel, maar slaat een beklemming om mijn hart als ik denk aan de emoties, het ondraaglijke verdriet, het niet kunnen bevatten. Je kind dood, je man dood, je juf dood, je vriendje, je vriendinnetje, je collega.
Zomaar opeens met een knal weg. En de afschuwelijke onmacht omdat je hem of haar niet hier bij je hebt, maar ver weg, waar ongure rebellen aan hen zitten, aan hun spullen. Die beslissen wanneer en wat er gebeurt met de lichamen.
Hoe kun je in vredesnaam aan getroffen familie vragen wat voor kist ze wensen of welke kleur rouwauto. Dat voelt totaal zinloos.
De vraag is hoe kom je in deze horror tot
een mooi afscheid?
Narda Delhaas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *