grenzen uitvaartleider

Zijn er eigenlijk grenzen in dit vak? Toen ik net wist dat ik heel graag uitvaartondernemer wilde worden, werd mij wel eens gevraagd of ik de uitvaart van ongeacht wie zou willen regelen? Die vragen kwamen vooral voort, meen ik mij te herinneren, uit onbegrip voor mijn aanstaande beroep, maar het zette mij wel aan het denken. De grens ligt niet bij voor wìe je de uitvaart verzorgt, daar was ik al snel uit. Dat oordeel is helemaal niet aan mij.
In dit vak moet je je kunnen aanpassen. Je komt in veel verschillende situaties terecht en hebt met allerlei mensen te maken, wat het juist zo boeiend maakt.
De grens ligt veel meer bij mijzelf. Uitgaande van een bepaalde dienstbaarheid doe ik dat op een manier die bij mij past, waar ik mij goed bij voel. Dat uit zich bijvoorbeeld in mijn kleding; ik heb een mooi pak (wol) laten maken, mét pantalon. Voor mij geen rok, hoedje en shawl. Dat past helemaal niet bij mij! Maar in al je dienstbaarheid word je soms aan het twijfelen gebracht. Zo was ik eens op gesprek bij een ouder stel waarvan een ernstig ziek was en de ander met mij wilde praten over wensen en mogelijkheden. De zieke wilde mij niet ontmoeten, dat was te confronterend. Tijdens het gesprek was er al een paar keer naar de slaapkamer gelopen om te overleggen en uiteindelijk wilde de patiënt mij toch ontmoeten. Ik realiseer mij altijd terdege hoe confronterend mijn aanwezigheid dan is; met mij haal je de ‘dood’ in huis. Na een korte ontmoeting werd er in mijn bijzijn gevraagd of ‘het’ goed was. Ja dat was het, maar er was nog één vraag: of ik een hoedje droeg? Oeps, ik vond het aardige mensen en wilde ze graag ter wille zijn, maar een hoedje op doen ging mij te ver. Op mijn alleraardigst heb ik verteld dat ik geen hoedje draag.
“Oh, gelukkig!”, was het commentaar uit bed.

Narda Delhaas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *